vrijdag 28 februari 2014

Scheel Heveningen



Mijn schoonvader was een groot fan van Hugo Brandt Corstius, onder welk pseudoniem hij ook publiceerde. Met name het boek Opperlandse Taal- en Letterkunde van Battus was voor hem een onuitputtelijke bron van vernuftig plezier. Bulderend van het lachen kon hij op luide toon De schand in het Breveningse hoerkous declameren:

Scheel Heveningen was een vlooi der prammen. Ver weg op zee zag men een pissende vink. De gatbasten waren gezoodnaakt het land te verstraten en riepen in hun kloten buiten lont. Ze kakten hun poffers, en streken elkaar kak in het gelaat. Enkelen kwakten zaad, anderen kakten zalm langs een touw. De guitspasten neukten de bok van het dak. Niets werd gered dan tien linnen tepels en een lul van een predikant in de harige kut van een vinnige pissersvrouw.

Schoonmama moorde dit alles met een zuinig hondje aan.

1 opmerking:

  1. ook mijn vader zei dit versje vaak op vooral als hij een borreltje op had.

    BeantwoordenVerwijderen