zondag 14 september 2014

Overlastgevende broodautomaten

Ik neem het bericht uit het Vlaamse Laatste Nieuws maar even letterlijk over:

"Het schepencollege van Merchtem wil het aantal broodautomaten in de gemeente drastisch verminderen. Het aantal dergelijke toestellen neemt immers steeds meer toe en dit tot ergernis van omwonenden. Merchtem wil er in de toekomst nog slechts één per deelgemeente overhouden. Dat meldt burgemeester Eddie De Block (Open Vld).

De wettelijke basis om het aantal broodautomaten te doen afnemen zal worden onderzocht. De plaatsing gebeurt ook vaak zonder voorafgaande aanvraag. Het schepencollege zal eigenaars van automaten die zonder vergunning worden geplaatst alvast schriftelijk aanmanen om deze te verwijderen."

Einde bericht. Dit is nou typisch van dat Vlaamse nieuws waar je als Hollander geen touw aan kunt vastknopen. Om te beginnen kennen wij dat hele fenomeen broodautomaat niet, en ik moet bekennen dat ik er in Vlaanderen ook nog nooit eentje gezien heb. Maar dat kan aan mij liggen...
Maar vervolgens ga je je als lezer afvragen: waarom hebben ze in Vlaanderen broodautomaten? Sigarettenautomaten, snoepautomaten, condoomautomaten, dat snap ik... Maar broodautomaten? En hebben ze ook pindakaasautomaten, denk je dan onwillekeurig. Vroeger, als Vlaamse collega's nog wel eens een tijdje in Nederland kwamen werken, waren ze altijd hoogstverbaasd als de bakker niet open was op zondag. Je zou dus denken: in Vlaamse bakkerijen en supermarkten is altijd wel brood te vinden. En ze zullen in het Zuiden toch ook wel wat avondwinkels hebben inmiddels?
Nee, kennelijk schieten Vlamingen massaal midden in de nacht wakker want: "Gatverpielekes, het brood is op!" Gelukkig kan hun nood nu gelenigd worden met de broodautomaat. Talloze Vlamingen schuiven hun sloffen aan en haasten zich in pyjama naar de dichtstbijzijnde broodautomaat. Gelukkig, straks toch nog een boterhammeke bij het ontbijt.
Ik moest een Nederlandse vriend, die al vele jaren in Vlaanderen woont, vragen hoe dat nou zat met die broodautomaten, en hij suggereerde aarzelend iets van terugloop aan bakkerijen en hoge personeelskosten om de winkel bij nacht en ontij open te houden. Verder wist hij er ook weinig van. En weer vraag je je dan af: zijn er ook witlofautomaten door een terugloop aan groenteboeren in Vlaanderen?
Nou ja, u voelt hem al aankomen... In Merchtem begint het inmiddels de spuigaten uit te lopen. Om de drie straten staat wel een broodautomaat, vaak illegaal. Een overlast dat dat geeft! Sorry, maar ook hier kan ik me geen voorstelling van maken. Staan Belgen om 4 uur 's nachts soms voor te dringen in de rij en ontstaan dan hooglopende ruzies en kloppartijen? Trekken ze een heel brood uit de automaat, eten ze ter plekke de helft op en gooien ze de andere helft achteloos over straat? Liggen in de hospitaals van Merchtem mensen bij te komen van een overdosis gluten? Kortom, aan welke overlast moet hier in 's hemelsnaam paal en perk worden gesteld?
Nadere berichtgeving zal helderheid moeten verschaffen. Tot nu toe kan ik alleen maar denken: rare jongens, die Belgen.



NASCHRIFT 1: broodautomaten blijken wel degelijk ook in Nederland te (hebben) bestaan, alleen heb ik er als 'grootstedeling' (ahum) nog nooit eentje gezien. (Met dank aan @Kavitaaaa)

NASCHRIFT 2: In deze berichtgeving in De Standaard wordt iets meer duidelijk over de situatie, maar nog altijd blijft de overlast voor omwonenden mij een raadsel. Ergeren de inwoners van Merchtem zich aan het geluid van een euromuntje dat in de automaat valt? Kunnen ze niet slapen van het klepje dat opengetrokken wordt? Inwoners van Merchtem, de wereld staat in brand, en DIT zijn uw ergernissen? Ik zou zeggen: goede vrienden, tel uw zegeningen.

donderdag 4 september 2014

De hond



Gedicht op zaterdag 6 september 2014 uitgesproken bij het toneelstuk De Hond van Oost, een sage over het ontstaan van Amsterdam:

In legenden zit veel leugen,
In sagen zit veel horen-zeggen.
Een beeld van eeuwen her
Komt tot ons uit de mist van het verleden:
Spoelden vissers aan de Amstel aan
En besloten ze te blijven?
Waren het een bisschop en een Fries?
En waar kwam die hond vandaan?
Wees hij de nieuwe woonstee aan?
We vissen en we gissen
Onze volksverhalen bij elkaar;
De verhalen zijn oud, immers…
Zie de wapens, zie de zegels!
De zegels van een schip, twee mannen en een hond…
Maar stel, ’t is andersom gegaan.
Een kunstenaar of dichter verzint nu
Een sage op basis van een zegel:
Weet hij wel wat hij ziet?
Of mag fantasie er alles van maken?
Dit is de werkelijkheid:
Op de oude zegels is ‘t een kogge,
Een logge, dikke handelsboot met
Heel veel graan en rogge in het ruim.
De handel met de Oostzee,
De Hanze maakte Amsterdam groot.
De ene man draagt zwaard en schild,
Dat is de graaf van Holland.
De ander voert de vlag
Met drie Andreaskruizen;
Die staat symbool voor Amsterdam.
Maar dan die hond, die donderse hond…
Waarvoor stond de hond
In middeleeuwse tijden?
De trouw, de trouw natuurlijk,
Geen dier is zo trouw als een hond.
Het Amsterdamse wapenschild
Heeft heden als devies:
“Heldhaftig, vastberaden, barmhartig”.
Maar bij het oude zegel
Hoort het symbolisch devies:
“Strijdlust, trouw en handelsgeest.”
“Strijdlust, trouw en handelsgeest!”
En dat is het ware verhaal
Van het schip, de mannen en de hond
Op de Amsterdamse zegels…
Althans… zo heb ik het nu bedacht!

zondag 6 juli 2014

Wisknudde

Ik moet tot mijn schande bekennen, dat ik vroeger buitengewoon slecht in wiskunde was (niet in natuurkunde en scheikunde overigens). Het lag vooral aan de leraar, want die gaf les voor de beta's en wilde de alfa's niets uitleggen. Met als gevolg dat ik alleen maar enen en tweeën kreeg voor repetities, en een genadevijfje op mijn rapport (de leraar wilde zelf ook gezichtsverlies voorkomen, dat snapte ik wel). Dan zou je denken: een beetje slimme jongen leert het dan wel uit het boek. Maar ik had er simpelweg geen hoofd voor, en WILDE het ook allemaal niet begrijpen. Wat had je er allemaal aan?
En eigenlijk klopt dat laatste ook wel: ik heb mijn hele carrière geen wiskunde nodig gehad. Hoogstens wat basisschoolrekenen.
Nu ik met computational humanities in aanraking ben gekomen, lees ik nota bene de bachelorscriptie van een studente aan de Universiteit van Twente, die het design verzorgt van een toeristische mobiele website die we aan het bouwen zijn. Ze heeft ook interviews gehouden over de functionaliteit van haar ontwerp. Mensen moeten een aantal taken verrichten en moeten daarbij hardop denken. Om mensen een beetje aan deze methode te laten wennen, geeft ze een los en simpel opdrachtje vooraf: "A father, a mother and their son are 80 years old together. The father is twice as old as the son and the mother too. How old is the son?"
Hoe gaat nu een alfabrein te werk?
Stap 1: Blinde paniek! wiskunde! snap ik niet! hellup!
Stap 2: Aarzelend de trial-and-error methode toepassen, kortom, een beetje beredeneerd gokken. ("Als die ouders nou 40 zijn en die zoon dus 20 dan zijn ze samen... shit, 100. Als die ouders nou 35 zijn en die..." etc.)
Stap 3: net zo lang gokken tot het een keer goed is, of gewoon stoppen en iets anders gaan doen.
Ditmaal zat het me toch niet lekker. De opgave is zonder twijfel kinderlijk eenvoudig, en er moet toch een formele en logische manier zijn om deze opgave in één keer op te lossen?
En met alles wat ik me kon herinneren, noteerde ik deze formule:
(2*X) + (2*X) + X = 80
X = ?
Dat kon niet fout zijn, dacht ik zo. En ik snuffelde wat rond op elementaire algebra-websites, want ik had nu wel een formule, maar geen clou hoe dit al rekenend op te lossen. Maar ineens zag ik het licht weer. Je kon de formule ook nog eenvoudiger opschrijven als:
2X + 2X + X = 80
En als dat zo was, dan gold ook:
5X = 80
Maar dan gold ook:
X = 80/5 = 16
De zoon is dus 16 (en de ouders dus 32, is samen bij elkaar opgeteld 80). Opeens zag ik de logica en de schoonheid. En toen bedacht ik dat dan ook deze formule tot hetzelfde resultaat zou moeten leiden:
X + X + 1/2X = 80
Want die zoon was de helft van de leeftijd van de ouders. De alfa in mij dacht meteen: "Kijk, en nou gaat het fout, en da's dan precies de reden waarom ik er nog altijd geen hout van snap". Maar nee, het klopte:
2,5X = 80
80 / 2,5 is gelijk aan 800/25 = 32
X = 32
Ditmaal had ik de leeftijd van de ouders berekend; de helft van 32 is weer 16, en dat is de leeftijd van de zoon. Vanuit twee invalshoeken klopte de som dus. Toegegeven, voor waarschijnlijk iedereen in deze wereld is dit een makkie, maar voor mij een late revelatie... Soms kun je dus maar beter helemaal geen leraar hebben dan een slechte leraar.

zondag 18 mei 2014

You shall not pass!

Zoals ieder ander heb ook ik enkele tientallen passwords in omloop. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er zit een password op. Voor je eigen bestwil, zou de dooddoener van vroeger zijn. Knappe jongen die al zijn passwords tot één weet te beperken. Het ene password moet minimaal zeven of acht tekens zijn, het andere moet ergens een hoofdletter hebben, of één of twee cijfers, een diakritisch teken, of juist niet! Door al deze eisen komen er steeds meer passwords in omloop. En bepaalde sites verlangen van je dat je elke drie maanden een nieuw password kiest. Bij je bank, je telefoon en je werkgever geldt dan ook nog eens: drie keer fout is out. Dan kan je met de helpdesk gaan bellen om weer toegang te krijgen tot je eigen account. Het gevolg is de nachtmerrie van iedere beveiliger: mensen gaan voor de zekerheid lijstjes aanleggen waar al hun passwords op staan. Sommige mensen hebben ze zelfs met een gele post-it op hun monitor geplakt.
Het gemene vind ik dat computers enerzijds over een olifantengeheugen blijken te beschikken, en anderzijds de deaf, dumb and blind lopen te spelen. Als je na drie maanden weer een nieuw password moet bedenken, dan krijg je bij de eerste pogingen vaak te horen: "Niet toegestaan: dit password heeft u al eens eerder gebruikt" of "Niet toegestaan: dit password lijkt teveel op uw vorige". Dat klopt, slimmerik, aan mijn creativiteit om passende passwords te bedenken zit ook een limiet, ja? Maar nu het omgekeerde geval: ik zit achter elkaar een verkeerde code of een verkeerd password in te typen, en na drie keer zal ik geblokkeerd worden. Kan zo'n computer dan ook niet eens zeggen: "Beste vriend, dit is je oude password, je hebt sinds twee weken een nieuwe" of "Dit lijkt verdraaid veel op je password, maar je maakt een typefout"? Nee, nu weten we ineens niks meer.

zaterdag 26 april 2014

Koningsdag



"We gaan niets kopen," zei mijn vrouw enigszins dwingend toen we de vrijmarkt in Baarn opstapten.
Koud drie minuten later stond zij oog in oog met mooie laarsjes in haar maat, met van dat zachte leer, niet al te hoge hak, in een kleur die zij nog niet had. En ze waren maar 7 euro - da's geen geld voor zulke kunstwerkjes.
Een minuut later wees ik haar op een mooi rood colbertje, van Italiaanse snit. Als Italianen iets ontwerpen dan is het al gauw smaak- en stijlvol. Het colbertje paste prima en vijf euro was dus praktisch een weggevertje.
Ik vind dat knap: "we gaan niets kopen" en binnen vijf minuten met een tas met een colbertje en laarzen lopen.
Natuurlijk kocht ik in de loop van de middag zelf ook wat: vier Suske en Wiskes die we waarschijnlijk nog niet hadden. Zeker weten doen we dat niet: er bestaat geen lijst van onze gezamenlijke collectie.
Ik voelde het trage geslenter na verloop van tijd in mijn benen, maar we zouden zeker nog een uur of twee kunnen lopen voordat we alle kraampjes zouden hebben gezien. Toch begonnen sommige mensen al aanstalten te maken om hun spullen weer in te pakken.
Je weet dat je in Baarn op koninginnedag/koningsdag altijd wel iets van kwaliteit tegenkomt.
En toch kwam 'ie ook dit jaar als een verrassing.
In één van de kraampjes zag ik een Haring staan. Een Keith Haring wel te verstaan.
Het was een groot ingelijst werk. Ik kon niet zo gauw zien of het een zeefdruk of een reproductie was.
"Kijk," wees ik mijn vrouw, "een Keith Haring."
De kleuren spatten van de witte achtergrond af; ik vond hem meteen mooi, maar dacht tegelijkertijd: "Daar gaan ze een godsvermogen voor vragen."
"Hij is te groot voor bij ons thuis," loog ik tegen de verkoper, "maar ik ben toch even nieuwsgierig: hoeveel vraagt u nou voor die Haring?"
"Wat zou u er voor willen geven? Doe eens een bod."
"Dat heeft geen zin; we kunnen hem waarschijnlijk toch niet kwijt."
"Voor 5 euro mag u hem hebben," vervolgde de man verrassend snel.
"Vijf euro?"
Als door een wesp gestoken keek ik mijn vrouw aan.
Die trok meteen zo'n gezicht van: kopen die hap.
"Voor vijf euro wil ik hem wel hebben," zei ik: "da's wel erg goedkoop."
"Ja," vulde de vrouw van de verkoper aan: "Wij hebben er destijds 100 euro voor betaald."
Ik betaalde de vijf euro.
"Veel plezier ermee," zei de verkoper nog.
Zo'n aankoop betekende meteen het einde van de vrijmarkt. Met gespreide armen sjouwde ik het werk richting de auto, maar die stond echt te ver. Mijn vrouw bleef op een afgelegen hoek wachten, en ik ging de auto halen.
Thuis maakte ik de stoffige lijst schoon, en zocht op van welk werk dit een reproductie was.
Het bleek een art print getiteld Retrospect en is door Keith Haring gemaakt in 1989.
Hij hangt inmiddels te pronk in mijn studeerkamer.
Maar volgend jaar... volgend jaar kopen we niets!

zondag 16 maart 2014

Vos en ooievaar



In het Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch hangt een navolging van het Spreekwoordenschilderij van Pieter Brueghel door een anonieme schilder. In een detail zie je een vos en een ooievaar, en het bijbehorende spreekwoord zou luiden: 'De haan en de vos hebben elkaar te gast'. En de betekenis zou zijn: 'Twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit'. Dat laatste kan kloppen, maar van een haan is geen sprake. Het spreekwoord is gebaseerd op een Aesopische fabel, en dan moet het gaan om een vogel met een lange snavel zoals een reiger, een kraanvogel of een ooievaar. Op het schilderij zien we waarschijnlijk een ooievaar, al kloppen niet alle details. In het verhaal nodigen de vos en de ooievaar elkaar uit voor het avondmaal. De vos is als eerste gastheer en zet zijn gast een plat bord soep voor. De vos krijgt deze maaltijd wel opgelikt, maar de ooievaar krijgt met zijn lange snavel niets naar binnen. Later wordt de vos bij de ooievaar uitgenodigd. De maaltijd blijkt in een fles met een lange hals te zitten. De vos kan niet bij de inhoud, maar de ooievaar met zijn lange snavel wel. Zo verschalkten de twee dieren elkaar.
De oudste versie van dit verhaal in onze volkstaal stamt uit de dertiende eeuw, en is hier te vinden in de Nederlandse Volksverhalenbank. Een moderne Friese versie is hier te vinden.

maandag 3 maart 2014

Mijn oom Theodor



In de genen van de familie Meder komt af en toe muzikaliteit voor. "Stef Meeder," roepen mensen dan meteen. "Meeder met twee ee's is geen familie," werd er dan snel gereageerd door de familie. Men wilde niet al te direct met deze vrolijke Hammond-organist geassocieerd worden. Genealogisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat de Meders en de Meeders teruggaan op dezelfde Duitse familie Meder, en dat het verschil in spelling is ontstaan bij de burgerlijke stand in Nederland. Kortom, Stef Meeder is wel degelijk drager van het muzikale Meder-gen.
Als componisten staan bekend de Duitser Johann Valentin Meder (1649–1719) en de Nederlander Johann Gabriël Meder (1729-1800). Hun werk is niet onverdienstelijk, maar haalt het niet bij Bach of Mozart. Om die reden zijn ze tegenwoordig tamelijk onbekend.
Zelf heb ik als kind redelijk piano leren spelen, en mijn vader speelde als jongen trompet in de harmonie. Ik heb hem nooit horen spelen, maar volgens mijn moeder stelde het destijds niet echt veel voor. De enige van de drie broers die van de muziek zijn beroep kon maken was oom Theodor, naar wie ik ben vernoemd. Theodor zat altijd en eeuwig viool te studeren op zolder en speelde virtuoos. De beste foto die ik van hem heb, staat hierboven: Theodor lijkt sterk op zijn broers Herman (mijn vader) en Jilles. Allemaal hebben ze de inhammen in de haarinplant op jonge leeftijd, en de kuiltjes in de wangen die er later uit gingen zien als strepen.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest oom Theodor naar Duitsland voor de Arbeitseinzats. Maar men had al snel door dat viool spelen zijn grote talent was. En zodoende mocht oom Theo in Duitsland spelen in ensembles en orkesten. Na de oorlog kwam hij soms nog wel naar Nederland voor familiebezoek of een verjaardag, maar hij vestigde zich definitief in Duitsland (waar de glasblazers-tak van de familie Meder ook vandaan kwam).
Ik ken mijn oom Theo eigenlijk voornamelijk van foto's. Ik bezit nog altijd wat pagina's van zijn bladmuziek waar ik als pianist weinig aan heb. Volgens mijn vader heb ik ook de studie-viool van oom Theo, maar hij zelf ontkende dat. Ik heb die verwaarloosde viool in een gekke bui in de jaren zeventig nog eens knalblauw geverfd. In de jaren negentig kreeg ik daar spijt van en heb ik de viool geheel 'gerestaureerd': de houtkleur weer tevoorschijn geschuurd, alles gevernist, een kam erop gezet, nieuwe snaren, en een strijkstok gekocht. Ik wist niet dat je de haren ook nog ruw moest maken, maar eindelijk eindelijk speelde de viool: het valse gekras was verschrikkelijk, want ik kan helemaal geen viool spelen.
Mijn oom Theo daarentegen heeft er zijn leven lang zijn beroep van kunnen maken: viool spelen. In tegenstelling tot zijn broers heeft hij nooit een ketelpak hoeven dragen en in een fabriek hoeven werken. Op latere leeftijd is mijn oom Theo getrouwd met een Duitse boerin die Jehova's getuige was. Mijn oom heeft zich toen bekeerd, en ik bezit nu twee van zijn Duitse Jehova-bijbels, vol met zijn onderstrepingen.



Afgezien van wat foto's, heb ik nog maar één echt levendige herinnering aan hem. Ik was zeven jaar en oma Meder was overleden. Oom Theo was ook overgekomen, en hij was erg geïnteresseerd in mijn vorderingen in het pianospel. Toen sprak hij al met een Duits accent. Ik kan me nog herinneren dat hij zoiets zei als: "Het ist leider een ongelukkig moment om over musik te praten so bei een overlijden."
Mijn oom Theodor. Ik kreeg zijn naam, en niet die van opa of een ander familielid. En op één of andere manier voel ik me ook speciaal verbonden met hem.