zondag 2 februari 2014

Bijna alsof moeder al dood is...


Mijn moeder zit nu een half jaar in het verpleegtehuis. Nadat ze haar tweede heup gebroken had, constateerde men Alzheimer bij haar, en kon ze niet meer zelfstandig wonen. Dat kwam goed uit, want thuis was ze de laatste tijd angstig, eenzaam en gedesoriënteerd geweest. Dan ging ze nodeloos op alarmknoppen drukken, buren te pas en te onpas lastig vallen of familie midden in de nacht bellen met de vraag of het bij hen ook zo donker was.
Na een half jaar verpleegtehuis moeten bewoners meer gaan betalen. Aangezien mijn moeder van louter AOW moet leven, werd het dus de hoogste tijd om de huur van haar bejaardenwoning op te zeggen en de boedel te laten opkopen. Een paar spulletjes hebben we mee naar huis genomen - omdat ze nog goed waren of als aandenken. De twee grote kunstzinnige glazen knikkers, die herinneren aan het verleden van de Duitse families Meder en Hitzemann als glasblazers wilde ik sowieso bewaren. En een mooi vaasje dat ik al mijn leven lang ken, en waar mijn moeder vroeger fresia's in zette - vroeger rook je die intense bloemengeur dan door het hele huis. Tegenwoordig zijn zulke bloemen kapotgefokt op houdbaarheid en kleur, ten koste van die heerlijke doordringende geur die fresia's ooit hadden.
Mijn moeder had net een nieuwe flatscreen tv, en haar magnetron deed het ook nog goed; die hebben we eveneens meegenomen. Het elektrische fornuis, zelden gebruikt, hebben we kunnen verkopen aan een jong Surinaams echtpaar. Alle oven-spullen zaten zelfs nog in het plastic. Vanzelfsprekend is ook de administratie van mijn moeder met ons mee naar huis gegaan, maar ook het allerbelangrijkste: de schoenendoos vol ongeordende familiefoto's. Vandaag ben ik begonnen met het scannen van de eerste foto's. Er overvalt me een gevoel van weemoed en triestheid; bijna alsof mijn moeder al is overleden. Zoveel herinneringen, maar ook zoveel mensen die ik niet of nauwelijks heb gekend. Zo is er die mooie kunstzinnige oude foto van een tante met haar twee dochters. Ik blijf er gebiologeerd naar kijken: wat een prachtige dochters! En wat een mooie Joodse trekken hebben ze. Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat er Joods bloed moet zitten in mijn moeders tak van de familie. Mijn oma heeft ook een erg Joods uiterlijk. Maar niemand van de familie heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog ooit problemen gehad met de nazi's. Oma was echter een analfabete wees zonder papieren - waarschijnlijk heeft zij wijselijk iets over haar achtergrond verzwegen... De komende tijd ga ik veel foto's uit mijn moeders schoenendoos scannen, zodat ik haar die weer kan laten zien op mijn tablet. Hopelijk buigt dat de conversatie wat af van eentonige monologen over vanillevla en stoelgang.

zondag 29 december 2013

Gaia

Het begint een traditie te worden: de Top 2000 op Radio 2 tussen kerst en jaarwisseling. Hele volksstammen luisteren en zingen de hele dag mee, nostalgisch terugdenkend aan de goeie ouwe tijd, en aan gebeurtenissen en emoties die bij bepaalde liedjes zijn gaan horen. Er zijn zelfs mensen die nauwelijks naar bed gaan om maar zo weinig mogelijk te missen. De Top 2000 gaat immers het klokje rond door.
De Top 2000 werd ooit bedacht als een gimmick om 1999 te eindigen, maar het bleek zo'n succes dat ze deze formule nu alweer 15 jaar volhouden. In de top tien zit niet veel verandering: Bohemian Rhapsody, Stairway to Heaven, Child in Time, Hotel California, Wish You Were Here... Stuk voor stuk ijzersterke nummers en in een blog uit 2011, De Top der Toppen, heb ik geprobeerd uit te leggen wat op basis van deze top 10 de sleutel tot muzikaal succes lijkt te zijn. 1. Een tophit kan beter in het Engels dan in het Nederlands zijn; 2. Het kan een voordeel zijn als de song aanmerkelijk langer duurt dan drie minuten; 3. Wisselingen in tempo en melodielijn zijn sterk aan te bevelen (het is zelfs mogelijk om drie songs aan elkaar te plakken, zoals Freddy Mercury deed); 4. De tekst is bij voorkeur duister en lastig te interpreteren, en 5. de grootste kans op een plaats in de top 10 maken artiesten uit de jaren zeventig. Laatst bedacht ik nog een criterium: 6. je kunt als band beter Brits zijn dan Amerikaans.
De Top 2000 kende tot voor kort veel oudere stemmers: hits uit de jaren zestig en zeventig domineerden. Dit jaar heeft ook een wat jongere generatie meegestemd. Veel hits van na het jaar 2000 (her)ken ik helemaal niet, en van het gekwijl van Nick en Simon word ik zelfs een beetje onpasselijk. Artiesten die er naar mijn smaak wel in positieve zin uitspringen zijn Adele en Beth Hart.
Opmerkelijker vind ik dat ik blijkbaar toch hits en getalenteerde groepen heb gemist, in de periode dat ik nog wel actief naar de radio luisterde (Radio Veronica en Radio Noordzee), en een trouw kijker naar TopPop was. Wat niet middle of the road was, of tot mijn smaak behoorde (hard rock, symfonische rock), kon toch aan mijn aandacht ontsnappen. Hoe is het mogelijk dat ik wel platen kocht van Uriah Heep, Emerson Lake & Palmer, Deep Purple, Status Quo, en NIET van Cuby and the Blizzards? Kennelijk bewogen hun fans zich net weer in een ander circuit. Nu dankzij de Top 2000 hoor ik pas wat een getalenteerde groep Cuby and the Blizzards geweest moet zijn.
En dan is er nog een nummer dat ik 's nachts hoorde waar mijn mond van open viel. Deze Nederlandse artiest had in 1993 een top 2 hit. Hoe is het mogelijk dat dit mij volkomen ontgaan is? Toen ik in 1975 op de radio voor het eerst Bohemian Rhapsodie hoorde rende ik naar de platenzaak om het singletje te kopen. In 1993 had Valensia een gelijkaardige hit met Gaia, en ik heb er helemaal NIETS van gemerkt. En het is echt een indrukwekkende compositie, luister maar...

dinsdag 10 december 2013

Slagersworst

De supermarkt verkoopt
worst van de slager
en verdomd...
dat velletje dat je eraf moet pulken,
de geur, de smaak:
ik schiet moeiteloos een halve eeuw terug in de tijd.
"Lust de kleine ook een stukje worst?"
Ik knik van ja slager
en krijg een royale schijf in mijn knuistje.
"Wat zeg je dan?" zegt moeder.
"Dank u wel."
De slager knippert goedmoedig met zijn ogen.
Hij rookt zijn worsten nog zelf.
Dat ruik je in de steeg achter.
Zo'n zware, vette rooklucht,
Die goeie ouwe tijd...
Nu zou de buurt klagen dat het stinkt.

donderdag 5 december 2013

De groene hondekop versaagde nooit

Hoort de wind waait door de bomen
Op 't station zelfs waait de wind.

Zou de sprinter nu nog komen
Nu hij 't weer zo lelijk vindt?
Nu hij 't weer zo lelijk vindt!

Vroeger reed in donk're nachten
Hondekopje oh zo snel.

Als hij wist hoe zeer wij wachten
Hondekopje kwam er wel;
Hondekopje kwam er wel!

dinsdag 3 december 2013

Sinterklaas kapoentje



Vandaag werd ik gebeld door Radio 6, de soul- en jazz-zender. Of ik over anderhalf uur telefonisch kon uitleggen hoe we dat moesten begrijpen: “Sinterklaas kapoentje”?
Je gaat er toch van uit dat Sinterklaas kapoentje lief bedoeld is: kinderen zingen de Sint toe zodat hij wat lekkers of moois achterlaat in hun laarsje of schoentje. Maar een kapoen is al sinds de middeleeuwen een gesneden haan, wat een eufemisme is voor een gecastreerde haan. De belangrijkste reden om hanen te castreren was dat ze daardoor extra vet werden. (Maar je kon natuurlijk ook niet al teveel echte hanen tussen je kippen hebben: dat zou vechten worden). Om Sinterklaas toe te zingen als gesneden haantje lijkt me nu niet zo aardig. Sommige mensen zeggen dat het iets te maken heeft met het celibaat: een bisschop en een heilige heeft geen seks. Maar celibaat en castratie zijn nog wel even andere zaken.
Een kapoen kan ook een “vreemde gast” zijn, maar ook al niet in de vriendelijke zin: men moet daarbij toch vooral aan een schurk denken. En ook zo zou de Sint zich niet laten toezingen.
Het lied van Sinterklaas kapoentje is in de 19e eeuw ontstaan. Je had in de 19e eeuw ook volksboekjes en centsprenten over Klaas Kapoen: die jongen begon met kwajongensstreken maar groeide op voor galg en rad. Ook met deze crimineel vergeleken te worden, lijkt niet erg vleiend voor de Sint. Feit is wel dat de naam Klaas Kapoen geheel zit in Sinterklaas Kapoentje. De kinderen lijken de autoriteit van de Sint dus een beetje te tarten.
Maar door het verkleinwoord komt het allemaal weer goed. De kinderen zingen niet echt Kapoen maar kapoentje. En een kapoentje is een gewestelijke naam voor een lieveheersbeestje. Sint Nicolaas is van oorsprong zelf ook een Lieveheersmannetje, een man van God, een bisschop en heilige. Zowel het lieveheersbeestje als de Sint gaan gekleed in bisschoppelijk rood. Maar net als de Sint staat het lieveheersbeestje ook bekend als een geluksbrenger of een brenger van geschenkjes. Als er vroeger een lieveheersbeestje op je vinger zat dan gooide je hem in de lucht met de wens: “Morgen mooi weer!” De hedendaagse Dikke Van Dale bevestigt mijn uitleg en geeft bij kapoentje nog maar twee betekenissen: 1. lieveheersbeestje en 2. koosnaampje voor Sinterklaas.
Mijn antwoord voor Radio 6 werd op band opgenomen, want tijdens de uitzending was ik alweer onderweg naar een groep buitenlandse studenten, die ik iets ging vertellen over Sinterklaas en Zwarte Piet. Daarna zouden ze dan naar de film Alles is Liefde gaan kijken.
Je maakt wat mee als Meertens-medewerker. Morgen weer een tv-ploeg uit de Oekraïne op bezoek voor een interview over de ontstaansgeschiedenis van Zwarte Piet...

dinsdag 12 november 2013

Tante Stoom

Ooit had ik een dankgedichtje gemaakt voor tante Riet, die altijd zo goed hielp bij verhuizingen, vooral als ze haar stoom-apparaat meebracht, waarmee ze niet alleen het behang los-, maar ook zowat het hele huis schoon stoomde. De laatste tijd bekroop mij de vrees dat ik er zelfs geen uitdraai meer van had. Toen UPC ons een lang weekend zonder telefoon, televisie en internet liet zitten, ben ik naar boven geslopen, niet alleen om op de Playstation 1 te spelen, maar ook om op alle oude computer-HD's en alle losse diskettes op zoek te gaan naar het gedicht voor Tante Stoom. En warempel... daar was 'ie! Geschreven in WordPerfect 5.1, maar converteren was voor OpenOffice geen probleem. Nu raakt het gedicht niet meer in vergetelheid... althans voorlopig niet.

Tante Stoom

Je hebt zo van die tantes,
Die komen op visite
Om van de koffie en de thee
En de gebakjes te genieten.

Je hebt ook van die tantes,
Die kletsen telkenmale
Over bezoeken aan de zieken
En over akelige kwalen.

Dan heb je nog die tantes,
Die deugen voor geen meter;
Die weten, ja, die weten, ja,
Die weten alles beter.

Maar zo is mijn tante niet,
Want dat is Tante Stoom:
Zij puft en stoomt het hele huis
En is bepaald niet sloom.

Ze stoomt de trap en het behang
En de verwarmingsbuizen.
Ze helpt je graag uit vrije wil
Als je eens gaat verhuizen.

Ze stoomt de deuren en de muren,
Het is haast niet gewoon,
De vloeren en lamellen ook;
Alles wordt even schoon.

Dankzij haar stoommachine
Blinkt koper hier en chroom.
Wij leven stofvrij in ons huis:
Dank je wel, hoor, Tante Stoom!

zondag 6 oktober 2013

De Nieuwe Wildernis



We zijn vandaag dan naar De Nieuwe Wildernis geweest, die in werkelijkheid praktisch bij ons in de achtertuin begint - nou, eerst nog even 10 minuten fietsen, maar dan sta je ook echt aan de rand van de plas en de prairie. Alle lof die deze film krijgt is volkomen terecht. Twee jaar lang heeft de filmploeg opnames gemaakt in de Oostvaardersplassen. Ook 's nachts. Ook onder water. Achteraf ben ik ze één keer tegengekomen, met hun bestelbus vol camera's en apparatuur. In de film worden twee jaar in een eenjarige cyclus geperst, van lente tot lente. Het resultaat is oog-strelend: geweldig camerawerk, verbluffende close-ups, en prachtige sfeer-lenzen soms ook gebruikt, versnelde opnames, slow-motions, en dat alles vergezeld van een serieus, deskundig en af en toe droog grappig commentaar (ongetwijfeld de inbreng van Hans Dorresteijn). En met een moraal: in de natuur is een dood paard (hoe zielig ook) weer voedsel voor vele anderen, waaronder die lollige vosjes - die wil je toch ook niet laten doodgaan in de winter? Landschap en dieren zijn heel herkenbaar: vrijwel alles ben ik er zelf ook tegengekomen, behalve dat kleine ijsvogeltje: dat moet ik toch eens gaan zoeken komend voorjaar. Voor een Nederlandse natuurdocumentaire is dit de absolute top - een waardige opvolger van het oeuvre van Haanstra.

Eén verhaaltje miste ik in de film: dat van het dode hert op het eilandje. Maar dat is waarschijnlijk omdat hier toch de mens (Staatsbosbeheer) had ingegrepen.