woensdag 24 december 2025

Top 2000: bye bye boomer stemmers


Ik ben in 1960 geboren, dus ik vind nog altijd dat de beste popmuziek gemaakt is in de jaren zeventig. Voor de jaren 2016 en 2017 heb ik gekeken hoe mensen voor de Top 2000 stemden, en ja hoor: muziek uit de jaren zeventig bleek nog altijd het meest populair. Maar zoals dat gaat: oudere stemmers vallen gaandeweg af, en er komen jongere mensen bij die natuurlijk anders stemmen. Na een kleine tien jaar blijkt de voorkeur te zijn verschoven naar de jaren tachtig. Het taartdiagram laat tevens zien dat de helft van de allerbeste muziek volgens de stemmers uit de jaren zeventig, tachtig en negentig afkomstig is. Het huidige decennium komt er uiteraard wat bekaaid vanaf omdat we pas halverwege zitten.
Data gebaseerd op excell hier.

maandag 2 september 2024

Vreemd voorwerp

(Foto van Liliana Melger)

Na afloop van het Taalcafé op het Meertens Instituut in Amsterdam klokte ik uit, drukte op de deuropener en liep naar buiten. Daar stond Liliana, de enige leerling van vandaag, met een fiets aan haar hand. Haar moedertaal is Spaans, maar ze heeft het Nederlands al goed onder de knie. Verstaan doet ze vrijwel alles, spreken doet ze de taal al behoorlijk goed. In het Taalcafé hebben we vrije conversaties met buitenlandse collega's om in een ontspannen sfeer het Nederlands te oefenen.
"Ik wil je wat laten zien," zei Liliana buiten: "Weet jij wat dit is?"
Ze liep naar een rooster in het souterain, waar een zwaar ijzeren hekwerk voor zit. Ik keek nog eens goed en zag nu waar ze naar wees: een zwart rond kokertje in de hoek. Ik voelde er eens aan, en het kwam makkelijk los.
Ik stond met een klein zwart plastic kokertje in mijn hand dat sterk leek op zo'n rond doosje waar vroeger een filmrolletje in ging. Er zat ook precies zo'n dekseltje op. Maar hoe kon het daar aan het hekwerk hangen? Ik hield de bodem van het rolletje tegen een ijzeren stuk van een brommer en hij bleef hangen: er zat een magneet in de bodem.
Nu werd ik toch wel heel nieuwsgierig wat er in dat kokertje zat. Zwaar was het niet. Ik deed voorzichtig het dekseltje omhoog.
Liliana deinsde achteruit: "Misschien is het wel een bom."
"Geen erg grote dan," grinnikte ik.
Maar ik paste toch wel op dat er niets giftigs uit spoot, of desnoods een spin of een wesp uit vloog. Maar er gebeurde niets.
Er zat een heel klein, oblong adresboekje in. Er stond een naam op de gele kaft geschreven. En op de eerste bladzijden andere namen en cijfers - telefoonnummers? Telkens een ander handschrift, een andere pen of potlood. Maar de meeste bladzijden waren nog leeg.
Ik keek Liliana in verbazing aan, en zij keek zonodig in nog grotere verbijstering terug. Wat was dit in hemelsnaam?
Toen kwam docente Wilmy naar buiten lopen, vroeg wat we deden en keek naar het kokertje en het miniatuurboekje.
"Dat is voor geocaching," zei ze stellig.
"Oohh, dat verklaart een hoop," zei ik.
We legden aan Liliana uit wat geocaching was: een soort schatzoek-spel met opdrachten en met de GPS op je mobiele telefoon. Wie deze schat hier vindt, schrijft zijn naam in het boekje erbij.
"Ik dacht eigenlijk dat het altijd om begraven schatten ging," zei ik.
"Nee," zei Wilmy, "dit kan ook. Ik heb vrienden die dit ook doen. Soms vind je een token, of een klein cadeautje, en dan moet je zelf iets anders terug leggen. Een dobbelsteen ofzo."
Ik stopte het boekje weer in het kokertje, deed het dekseltje erop en hing het op dezelfde plek vast met het magneetje.
Hadden wij zomaar een stukje volkscultuur aan ons gebouw hangen!

donderdag 18 januari 2024

Biertje

Gisteren had ik al een goede daad verricht: ik vond een portemonee (met ov-chipkaart en creditcard) in de WC van de sprinter en heb die aan de conducteur afgegeven.
Vandaag liep ik de AH to Go in en rekende een pot Nutella en een bakje meloen af.
Naast mij kwam een man staan en zei: "Sorry meneer, spreekt u Nederlands?"
"Ja," zei ik en meende te horen dat hij een allochtoon accent had. De man leek mij van mijn eigen leeftijd, maar klonk als een Turkse immigrant van jaren geleden.
"Zou ik u iets mogen vragen?" vervolgde de man.
"Als u snel bent," antwoordde ik, terwijl ik stond af te rekenen: ik wilde een metro halen.
"Zou ik iets mogen drinken," vroeg de man.
Mijn brein ging razendsnel: hij vraagt niet om water, hij ziet er niet uit als een dakloze, maar is het waarschijnlijk wel.
"Wil je een biertje?" raadde ik.
Dat was in de roos: de man knikte.
"Ga maar een biertje pakken", zei ik, "dan betaal ik dat wel."
Snel pakte hij een Desperados, niet het goedkoopste biertje voor 2,70 euro.
Maar als mens besef je: ik had hem kunnen zijn. Wat zou ik niet blij zijn met een biertje in de ochtend, terwijl ik de hele dag nog zou moeten rondhangen op Amsterdam Centraal: lekker warm, maar geen klap te doen. Hoe kom je zo'n dag door? Kortom: ik gunde deze vriendelijke man zijn ochtendbiertje en rekende af.
"Dank u wel, meneer" zei de man, schudde mijn hand en omhelsde me.
Ik geef toe dat ik daarna even heb gecontroleerd of mijn zakken niet gerold waren.
Maar nee, ik had alles nog en ik had hopelijk een lieve zielige zwerver door de ochtend heen geholpen.

maandag 10 juli 2023

Muizenissen
Vanuit mijn werkkamer heb ik zicht op de tuin met wat bomen. Vorig jaar zag ik hem al lopen. De stam omhoog en over de takken. Een muisje. Klein, snel, schattig. Maar ik bedacht dat ik dit niet aan mijn vrouw moest vertellen. Zij is panisch voor muizen. Een echt fobie. We zijn geen van beiden bang voor spinnen en Anansi mag dus ongehinderd in de hoeken van ons huis wonen. Maar zoals ik panisch ben voor hoogtes, zo is mijn vrouw overdreven en irrationeel bang voor muizen (en ratten trouwens). Ik dacht dus al vrij snel: dat er een muis in de tuin loopt ga ik niet aan mijn vrouw vertellen. Wat niet weet, wat niet deert.
Afgelopen weekend hebben we in de tuin gewerkt. Het was een oerwoud geworden, want de klimop had zich over de hele tuin verspreid. De dagen erna loop je wel eens wat bladeren naar binnen. Vandaag zag ik ook zo’n blad in de gang liggen. Ik wilde het oppakken, maar het was geen blad. Het was de muis. Snel opende ik de voordeur en probeerde de muis met mijn slipper naar buiten te wippen. Nou, de muis zei geen piep in het voorhuis, maar sprintte om mijn slipper heen. Ik keek om, maar zag al niet meer waar hij gebleven was. Overal was plek voor zo’n klein muisje om zich te verbergen. We hebben geen drempels, dus hij kon onder de deur van de WC, de meterkast, het fietsenhok en de studeerkamer door.
Ik hoorde dat mijn vrouw juist aanstalten maakte om naar beneden te komen.
“Wegblijven!” commandeerde ik onvriendelijk.
“Wat? Is er een beest naar binnen?”
“Ja.”
“Een kat?”
“Nee, een ander beest.”
“Een muis?”
“Ja.”
Mijn vrouw bleef boven.
In de WC was hij niet: dat was overzichtelijk genoeg. Ook geen muis in de meterkast. Maar in het fietsenhok kon hij zich gemakkelijk schuilhouden: achter dozen, kasten, de wasmachine… In de studeerkamer waren ook voldoende plekken om zich te verstoppen: kasten, dozen, boeken, bureaus, een bank... In gedachten zag ik hem nu al knagen aan de kabels van de computer en de internetverbinding.
Ik was hem kwijt.
Er zat niets anders op dan te wachten tot hij weer ging lopen. Op de vloer van de studeerkamer vond hij vast wel wat lekkere stukjes walnoot of nacho cheese chips van de afgelopen dagen. Maar ik zag geen beweging. Tot ik terugliep de gang in en verder rond speurde. Daar zat hij: bewegingsloos onder het schoenenrek.
Als ik alleen in dit huis had gewoond had ik een stuk stevig papier op de grond gelegd met daarop wat nootjes of een stukje kaas. Zodra de muis zou toehappen, zou ik een stolp ofzo over hem heen hebben gezet, en hem dan naar buiten hebben geschoven. Maar vandaag leefden we in een war zone en ik moest mijn echtgenote bevrijden van het muizenmonster.
En dus trok in een werkhandschoen aan, kroop onder de trap en probeerde de muis onder het schoenenrek te grijpen. Ik had hem bij zijn staart, maar de muis wrong zich los en rende weg. Hij leek echter ontdaan, en zijn strategie was muisstil zitten in de hoop dat ik hem niet zou zien. Ik greep hem nogmaals, opende de deur en gooide hem met een boog naar buiten. Het leven van mijn vrouw was gered. Ik sloot de deur en riep haar.
“Ik heb hem gevangen en naar buiten gegooid.”
Aarzelend kwam ze naar beneden.
“Op de grens van ons voetpad en de stoep ligt hij tussen het gras. Zie je hem?”
“Nee.”
“Hij ligt op zijn rug en begint nu te spartelen. Zie je hem bewegen?”
“Nee.”
“Hij probeert overeind te komen.”
“Nu zie ik hem. Wat een klein muisje.”
“Muisjes zijn niet groot.”
Even later zei ze: “Ik zie hem niet meer. Is hij weg?”
“Dat vraag ik me ook af: ik zie nog steeds wat, maar misschien is hij wel dood nu.”
Toen we later naar buiten gingen om te kijken, bleek dat het muisje had liggen zieltogen en dat hij inderdaad dood was. Ik schoof hem met mijn schoen een beetje in het gras.
Zo’n muisje is zo klein en daardoor natuurlijk ongelofelijk kwetsbaar. Mijn worp naar buiten, om het leven van mijn vrouw te redden, was dodelijk geweest voor het muisje. Daar had ik spijt van: dat was niet de bedoeling geweest.
“Dit is slecht voor je karma,” zei mijn vrouw.
“Vast,” zei ik, maar later pochte ik tegenover haar toch: “I am the mighty mouse slayer.”
Mijn vader zaliger zou mij volkomen gelijk hebben gegeven: ongedierte moet dood. Maar hij was van een andere generatie.

zondag 18 juni 2023

Mater Natura

Als God de Schepper is
Dan is zij het Universum
Het Heelal een donkere moeder
Die de sterren en planeten baarde

En op Aarde eerst de vrouw
Naar haar zwarte beeltenis
En toen haar Eva eenzaam werd
Toen pas baarde God de man

Het Universum is God en
Het wil niets meer van ons
Geen gebod geen verbod

Het grijpt nooit in
Het heeft geen zin
Het heeft geen zin

maandag 9 augustus 2021

Introductiedagen

("Marilyn who?" by torkristensen is licensed under CC BY-NC-SA 2.0)

Tijdens de Leidse introductiedagen in augustus 1979 nam onze mentor ons mee van feest naar feest. Tussen de studenten wees hij op een romantisch uitgedoste jonge man en zei: "Kijk, dat is Boudewijn Büch. Die schrijft in de Mare, vooral over begraafplaatsen en Goethe."

Maar ik schreef op de muur van de wc van het studentenhuis (er lag een zwarte viltstift voor klaar) het volgende rijmpje:

Een ondeugend briesje blies onder haar rok
en gaf haar bloot tot aan haar jarretelletje
Een dronken man die stond te pissen schrok
en trok zijn rits muurvast in zijn velletje.

De tijd verglijdt

("Parliament Clock" by Aldaron is licensed under CC BY-SA 2.0)


De tijd verglijdt
zo zei de meid
Het kwaad bestaat
zei de soldaat
De wind verblindt
zo zei het kind
Het gehoor bevroor
zei de pastoor
De dauw ziet blauw
zei de mevrouw
Taal is kabaal
zei de generaal
Tot strijd bereid
zo zei de geit

Maar de winnaar
was de minnaar
die boog met gemak
in zijn purperen pak

En niemand in het koninkrijk
gaf hij ooit nog ongelijk

dinsdag 3 augustus 2021

Pokémon Go


Mijn vrouw kent Pokemon Go niet en denkt dat ook niemand anders het kent.
Mijn diëtiste heeft het spel vroeger wel gespeeld, en mijn kapper ook. Beide zijn betrekkelijk jong.
Ik moet meer bewegen van de dokter, maar de home trainer hangt me de keel uit: je trapt van niks naar nergens.
Zomaar een wandelingetje maken is zonder hond evenmin aantrekkelijk.
Pokemon Go spelen blijkt momenteel een oplossing. Eén doel van PG is Pokemons (pocket monsters) vangen. En die zitten buiten (world wide), en dus ook in de wijk waar ik woon. Maar je moet er de deur voor uit. Om Pokemons te vangen heb je Pokeballs nodig, en die kun je gratis ophalen bij Pokestops. Bij Station Almere Oostvaarders is veel te vinden: naast Pokemons en Pokestops ook Gyms, waar je met je eigen team tegen een ander team kunt vechten met je Pokemons. Er zijn in zulke Gyms ook wel raids, waar je met een team een ongelooflijk sterke eindbaas moet verslaan. Tot slot kun je overal ook één-op-één Battles aangaan met anderen, en dat allemaal op je smartphone. In de Battles stel je je drie sterkste Pokemons op, in de hoop dat je daarmee je tegenstander kunt verslaan. Je hoeft niet per se met je grootste monsters op de proppen te komen: kleintjes die veel snelle aanvallen met electriciteit, gif of modder kunnen uitvoeren zijn soms te prefereren.
Ik heb vakantie, het weer is redelijk en dus ga ik dagelijks op Pokemonjacht, hetzij lopend of op de fiets. Regelmatig sta ik stil met mijn smartphone bij een Pokestop of Gym. Ik neem aan dat de meeste mensen zullen denken dat ik aan het WhatsAppen ben, of de route bekijk op Google Maps. Vandaag liep er een oudere man zijn hondje uit te laten en vroeg in het voorbijgaan:
"Aan de Pokemon?"
"Ja, inderdaad," antwoordde ik: "Ik had ooit in 2016 een account aangemaakt maar ben toen vrij snel gestopt. Ik ben weer begonnen om wat beweging te krijgen."
"Er is veel nieuws bijgekomen, hoor ik."
"Ja, dat klopt. Maar ik ben nu even in gevecht, dus ik ga me even concentreren."
"Succes dan," zei de man en liep door met zijn hondje.
Het gevecht was met R, de criminele tegenstrevers van de Pokemon-onderzoekers. Die mevrouw van R, Grunt van Team Rocket, ziet er aantrekkelijk uit, maar ze kan het van mijn Pokemons niet meer winnen. En dus moet ze haar cadeautjes afstaan.
Toen ik op het punt stond om weer verder te fietsen, fietsten er twee meisjes langs waarvan er eentje zei: "Prettige dag nog, meneer."
Of dit ook nog op Pokemon sloeg, weet ik niet, maar het was in elk geval erg aardig.
Bij de skatebaan en de grafittimuur naast het station en de AH was het een drukte van belang. Hier kon ik weer de nodige Pokeballs ophalen.
Ik werd benaderd door twee Marokkaanse pubers: "Welk Team bent u?"
"Team Rood."
"Oh, niet deze Gym aanvallen: we hebben hem net veroverd."
Ik stond naast een blauwe Gym met twee Pokemons erin om hem te verdedigen.
"Nee, ik was niet van plan om hem aan te vallen."
"Welk level bent u?"
"Niet zo heel hoog: 25."
"Ah, ik ben 22," zei de ene jongen.
"En ik 19," zei de andere.
"We gaan nu naar Het Zeearendsnest om daar een rode Gym te veroveren."
Die Gym was net nog geel, maar die heb ik veroverd, en ik heb er een Rampardos achtergelaten ter verdediging.
"Okay, succes ermee!" zeg ik en ik zie ze inderdaad de juiste kant oplopen.
"Misschien komen we elkaar nog wel eens tegen," roept de ene jongen nog, achteruitkijkend.

zondag 25 juli 2021

"Kijk, U dacht dat dat vals was!"


In de jaren zestig kocht mijn vader een koffergrammofoon, en hij kreeg van iemand op zijn werk een stapel platen mee: singletjes en langspeelplaten. Er zat een singeltje bij dat ik als kind veelvuldig beluisterd heb, maar waar ik toen weinig van begreep. Het was een plaatje uit 1962 waarin (op de B-kant) Wim Sonneveld een interview hield met Godfried Bomans, twee mannen van wie ik als ventje van een jaar of zes nog nooit gehoord had. Ik snapte ook niet echt dat het cabaret was, en dat ze deden alsof Bomans een beroemde componist was. Dat het allemaal erg leuk moest zijn, begreep ik wel, want je hoorde het publiek lachen, maar de meeste grappen gingen langs mij heen. Wie was in hemelsnaam Renata Tebaldi? Wat was de 31-toonsoort? De passage waarin Bomans iets voorspeelt met een apart loopje was leuk, omdat hij daarna meteen met zijn geaffecteerde stem tegen Sonneveld zei: "Kijk, U dacht dat dat vals was!" Het klonk ook een beetje vals (eigenlijk: dissonant, want een goed gestemde piano klinkt niet vals), maar tegelijkertijd verrassend mooi. Afijn, ik was dit plaatje volkomen vergeten, totdat iemand van het Godfried Bomans Genootschap er over begon op Facebook. En ik vond het plaatje op YouTube: ik herkende de hele dialoog weer, maar nu kon ik de grappen een stuk beter plaatsen.

zondag 18 juli 2021

Katje Matje

Een week of twee geleden kwam er een mager jong katje onze tuin inlopen. De tuindeur stond open en ze ging op de mat zitten met zo'n koppie van "Leuk hier! Ik mag zeker wel naar binnen?" Ik duwje haar zachtjes weer naar buiten, want Mereie wil absoluut geen dieren in huis hebben. Het katje ging vrolijk verder op expeditie door de tuin en de buurt, en ik besloot haar Katje Matje te noemen.
Vorige week, op een vroege avond zag ik Katje Matje de tuin weer inlopen. Elke bloempot, Keulse pot en vuurkorf was interessant en werd beklommen en besnuffeld voor nadere inspectie. We hebben een rare kromme boom in de tuin staan, en Katje Matje wilde weten of er niets in de top te vinden was. Dus ze begon overmoedig aan een vervaarlijke klimtocht en ze kwam heel hoog. Maar in de top was niets, dus moest ze weer terug. Die tocht was nog vervaarlijker; soms gleed ze van de stam en hing ze met de nageltjes van haar voorpoten in het luchtledige. Maar uiteindelijk wist ze op bewonderenswaardige wijze heelhuids de grond weer te bereiken.
Vandaag hoorde ik in de verte miauwen: een kat ergens in een tuin. Dacht ik. Totdat ik Mereie van boven hoorde roepen: "Er zit een kat in huis!" Ik naar boven. Ja hoor, het was Katje Matje, die op slinkse wijze via de open tuindeur langs mijn bureau moet zijn geglipt. Katje Matje inspecteerde nieuwsgierig en mauwend een verdieping, en toen ik er aan kwam, schoot ze nog een verdieping hoger. Ze liet zich niet zomaar naar beneden jagen, dus na een kleine klopjacht had ik haar bij de kladden. De trappen weer afgedragen en buiten gezet. Maar Katje Matje wil nog altijd graag naar binnen: "Mauw! Mauw!"

dinsdag 13 juli 2021

Heul hard zwemmen

"Swimming and Diving (02/22/2017)" by davidmoore326 is licensed under CCBY-NC-ND 2.0

Je zult maar helemaal idolaat zijn van sport. Niet om naar te kijken, maar vooral ook om te doen. Dat kan. Zwemmen bijvoorbeeld. Niet zomaar baantjes trekken. Hard zwemmen. Keihard zwemmen. Harder zwemmen dan ieder ander. Dan moet je daar al vroeg mee beginnen, als kind. Elke dag zwemmen, uren lang trainen, wedstrijdzwemmen, fietsen ook. De longen uit je lijf sporten. Altijd op tijd naar bed, gezond eten, gezond drinken, nooit alcohol, niet roken, niet blowen, geen pillen, bijna geen feestjes, misschien ook niet zoveel vrienden. En dat dan jaren en jaren achter elkaar.
Je had in die tijd ook een opleiding doktersassistent (m/v) kunnen volgen. Of meester in de rechten (m/v) worden. Of scenarioschrijver (m/v). Pianist (m/v). Kunstschilder (m/v). Architect (m/v). Consultant (m/v) desnoods.
Maar jouw passie is zwemmen. Heul hard zwemmen. Om te beginnen het hardst van Nederland. En wat blijkt na al die jaren? Er is iemand die 0,01 seconden sneller zwemt dan jij. Die gaat naar de Olympische Spelen. Jij niet. Dan baal je dat jouw talent heel hard zwemmen is.

vrijdag 5 maart 2021

De Bordeaux Supérieur die geen Chinees dronk



Toen de pandemie uitbrak, werd het tijdens de lockdown steeds praktischer om spullen online te bestellen.
Zo ook wijn. Nu wil ik niet veel meer betalen dan bij Albert Heijn, dus ik bestelde vooral doosjes in de aanbieding met rentepunten van de ING (niet dat dat nu veel uitmaakt, maar goed...).
Onlangs viel er echter een wel heel aparte aanbieding op de mat.
Op de voorkant stond de afbeelding van een fles Château Grand Jour, Sélection Bordeaux Supérieur uit topjaar 2016.
Normaal 12,50 euro, nu 5,99 euro per fles.
Nou nou nou...
Hoe zal dat gegaan zijn? Ik stel me het volgende voor...
De baas van de Wijnbeurs hangt aan de telefoon met het Franse chateau.
De kasteelheer moppert dat hij in zijn maag zit met een overzeese zending Bordeaux voor China die wegens de pandemie op de valreep is gecancelled.
"Om hoeveel vaten gaat het?" informeert de baas van de Wijnbeurs.
"Het gaat om zee-containers! Avec bouteilles!"
"Wat zouden die Chinezen betaald hebben per fles?"
"Negen euro."
"Weet je wat? Ik maak je los van een zeecontainer voor drie euro per fles."
"Duizend bommen en granaten, ben je gek geworden? En ik al die dozen weer openmaken, alle Chinese backlabels er afweken en er Europese op plakken, zeker? Nou, weet je wat? Voor drie euro per fles accepteer je de Chinese labels. En jij bekostigt de vrachtwagen naar Nederland. En je betaalt meteen handje contantje." (Maar dat dan allemaal op z'n Frans, hè?)
Aldus geschiedde.
De baas van de Wijnbeurs liet nog een kleurig foldertje drukken met uitleg - want kleurenfolders kosten tegenwoordig ook geen drol meer sinds de drukkers zonder opdrachten zitten vanwege internet en corona.
En zo kwam het dat ik een doosje dure, maar afgeprijsde Bordeaux kocht...
Eigenlijk alleen maar om een foto op internet te kunnen zetten van dat Chinese label achterop de fles!



vrijdag 29 november 2019

Vlaardingen



Ik heb er mijn hele jeugd in Vlaardingen gewoond. Eerst woonden we in het centrum, later in de Holy. Vlaardingen is geen stad waarover meeslepende gedichten zijn geschreven. Dat ene gedicht van de Vlaardingse dichter Lévi Weemoedt (Ies van Wijk) zegt een hoop:

VLAARDINGS ROEM

Geen haringbuis, geen kotter en geen botter
geen logger en geen stoomfiets, ach! geen fluit
zag ik vanavond op de stroom.

'k Zat aan de Doodsrivier. Slechts een condoom
dreef goedgemutst het zeegat uit.

Toch heb ik wel nostalgische herinneringen aan Vlaardingen, vooral uit de periode dat we in het centrum woonden. We speelden cooibooitje en indiaantje in de Stationsstraat (waar ik woonde), de Prins Hendrikstraat en de Pieter Karel Drossaartstraat. Later breidde ons speelterrein zich uit tot in het parkje met vijver op het Mendelssohnplein. Aan dat Mendelssohnplein woonde ook mijn eerste piano-lerares, mevrouw Kamerman – een bejaarde kakmadam die stiekem al snel Kamertrut ging heten. Een paar jaar later kreeg ik pianoles in de muziekschool op de Markt, waar de Grote Kerk stond.
Mijn nieuwe piano-leraar was een buikig mannetje van wie ik de naam vergeten ben: hij rookte dikke sigaren en had maar negen vingers. Het laatste stukje van zijn sigaar rookte hij op in een pijp.
Ik zie al die plaatsen uit mijn jeugd nog levendig voor me: de Oude Haven met de Vismarkt, de Schoolstraat en het stadhuis, de Westhavenkade en ‘t Hoofd. Op Hoop van Zegen van Herman Heijermans speelt zich in Vlaardingen af: “De vis wordt duur betaald.” Dan weet je het wel. De Schiedammers noemden ons ‘haringkoppen’ (en wij noemden hen ‘jeneverneuzen’) Maar verder... zo min als er een meeslepend gedicht is geschreven over Vlaardingen, zo min bestaat er een weemoedig lied over deze stad. Het dichtst in de buurt komen nog de Amazing Stroopwafels met hun lied over de Oude Maasweg, vanuit Vlaardingen bezien aan de andere kant van de Nieuwe Maas, in de Botlek. Maar Oude Maasweg, deels in het Engels, deels in het Nederlands, is wel meteen het allermooiste lied uit de regio.

Sittin' on a highway in a broken van
Thinkin' of you again
Guess I have to hitchhike to the station
With every step I see your face
Like a mirror looking back at me
Sayin' you're the only one
Making me feel I could survive
I'm so glad to be alive
Nowhere to run and not a guitar to play
Mixed up inside and it's been raining all day
Since you went away
Manhattan Island Serenade

'k Zit hier op de snelweg met een lege tank
Regen klettert op het dak
Ik zal nou wel naar huis toe moeten liften
Ik denk aan jou bij elke stap
In de verte blijft de Transit staan
Ik kom nooit meer van je los
'k Zie de Caltex in de nevel
Olievlekken op de Maas
'k Loop wel door maar ik kan nergens heen
't Regent nog steeds en ik voel me zo alleen
Nu 'k je nooit meer zie
Oude Maasweg, kwart voor drie
Nu 'k je nooit meer zie
Oude Maasweg, kwart voor drie.




NASCHRIFT: En dan blijken de Amazing Stroopwafels toch ook nog een (niet al te positief) lied over Vlaardingen te hebben gemaakt.


woensdag 2 januari 2019

Windows 10 freezes after a few minutes of being idle (and can only be rebooted the hard way)

Hey guys,

At the moment I am having an issue with Windows 10 that is being mentioned these days (and before) all over the internet.
Since a week or so, Windows 10 freezes the mouse, the keyboard and the screen after being left idle for some minutes. The only action that can be taken is: give the computer a hard reboot with the power button. Sometimes this is not needed: Windows 10 then reboots on its own.
A zillion ‘solutions’ can be found on the internet, but I still haven’t found one that works for me.
Of course there are the hardware guys who suggests it may have something to do with the cooling, the power supply, with the motherboard or some faulty USB socket. No, it has nothing to do with that. My Acer desktop PC is a month old and works perfectly fine. I can work on it for hours without any problems. I just should not leave the PC alone for some minutes, because then it crashes, and all my unsaved work is lost.
Then there are the people who say it must be a software problem. I agree, so far. They suggest you need all the new drivers – well, I’ve got them. Or some settings may be wrong: disable sleep mode and screensaver. Did all that – no solution. Forbid Windows to shut down on its own: I did that with several settings, but Windows 10 freezes and in the end shuts down anyway.
Another suggestion is: make a clean reinstall of Windows 10. I did that twice and it looked like a solution. But then, all of a sudden, the issue reappears, even when there is hardly any other software installed on my machine.
Let’s face it, Microsoft: the problem is with Windows 10 itself. Somewhere there is a bug on one of the updates (an update that keeps returning, whatever you do) and that makes my computer crash. Only when it’s standing idle. In this idle time, Windows 10 is starting a process (defragging, checking software, I don’t know) and it stumbles upon a problem it can’t handle.
Event Viewer mentions the same critical error time and again with the Kernel Power. Duh! That’s me or Windows 10 spontaneously shutting down!
But then there is also a warning popping up about Hello for Business, saying:

Windows Hello for Business provisioning will not be launched.
Device is AAD joined ( AADJ or DJ++ ): Not Tested
User has logged on with AAD credentials: No
Windows Hello for Business policy is enabled: Not Tested
Windows Hello for Business post-logon provisioning is enabled: Not Tested
Local computer meets Windows hello for business hardware requirements: Not Tested
User is not connected to the machine via Remote Desktop: Yes
User certificate for on premise auth policy is enabled: Not Tested
Machine is governed by none policy.

Hello for Business is some kind of security software for facial recognition and fingerprints. It comes with an update – time and again. You can make a clean reinstall- in due time Hello for Business returns, and since I don’t have Windows 10 for Business, but only the Windows Home version, I can not shut Hello for Business down – there are just no options to do that. What is Hello for Business doing in Windows Home software anyway? I don’t have a camera, I don’t have a fingerprint pad. I don’t need Hello for Business, I don’t want Hello for Business! It is only making Windows 10 crash in idle time!
I don’t really need a response to this, because I already read them all. Most are crappy or completely beside the point, some are incomprehensible, a few are technically dangerous – and nothing, literally nothing works. The only thing that will work is: Microsoft providing us with a new Windows 10 update as soon as possible that either solves this problem with idle time, or kills Hello. Preferably both.

Theo

P.S. Pretty soon I got the solution for this problem by Andre on the Microsoft forum - an update that Microsoft didn't offer me automatically. Read all about it here: https://answers.microsoft.com/en-us/windows/forum/windows_10-update/windows-10-freezes-after-a-few-minutes-of-being/f53f5f63-27ec-4186-8000-e31d5bc80895?tm=1546435750385&auth=1

woensdag 1 augustus 2018

DOODDOENERS (the results)

Mijn vraag naar dooddoeners riep op Facebook nogal wat reacties op. De meeste mensen leken ze te herinneren uit hun jeugd, maar sommige respondenten waren nog zo jong, dat ze de dooddoeners toch vrij recent nog gehoord moeten hebben. En een enkeling stuurde een hedendaagse dooddoener in, die je bijna niet zou herkennen omdat ‘ie zo gewoon en algemeen is.
Ik heb geprobeerd om de dooddoeners in enkele categorieën onder te brengen (ik heb de reacties op Facebook aangevuld met een paar voorbeelden van Inez van Eijk, Ewoud Sanders en Jaap Toorenaar). Het begint vrijwel steeds met vragen of opmerkingen van kinderen:

– Wat eten we?
Husse(n) met je neus er tussen (4x)
Hussen met prikken en hoepelstokken met krenten
Hussemenusse met sienoren
Hoef je niet te weten tien pond scheten
Erpels met erpels en erpels toe (aardappels) (2x)
Brood met brood erop en brood ertussen
Sla met slakken en gedversnebbersaus
Wat je in je mondje stopt
Wat de pot schaft
Stront met striempies
Wat er in de pannen zit
Wat je op je bord krijgt
Mondsteeksels (3x)
Vraagschotels
Gestampt glas met dooie vingers
Hoepelstokken met straatstenen
Kruddelevutjes (Limburg)
Een bord wasem met een snee karnemelk
Gemalen spijkertjes met poppenstront
Apekool met vraagstaartjes
Wijsneuzen met vraagstaartjes
Barrekiekies met vet van kievitskuiten
Zand, zeep en soda
Himphamp op een mosterdmolen
Dat zal je wel zien als het op tafel komt

– In het bijzonder: wat krijg je in de gevangenis te eten?
Boterhammen met spinnenkoppen
Zeep met spelden

– En bij lamlendigheid of gebrek aan concentratie bij het eten
– Zit niet zo te kieskauwen
– Hé, hier draait de molen!

– Hè? Wat? Watte? (in plaats van “Wat zegt u?”)
'Hè?!' 'Kejjenietzegge wat mot je?' (Rotterdam) (2x)
Wat zeggie? Azzie val dan leggie! (Rotterdam)
Wat zeg je? Als je valt dan leg je
"Hè?" "Bokkiebèh!"
Wat? Steek je vinger in je gat. Moet je naar Deuteren om 'm eruit te laten peuteren, moet je naar Vlijmen om 'm eraan te laten lijmen en dan moet je naar Den Bosch en daar laten ze je weer los.
Wotte? De kot skyt op de motte. De hûn skyt er by, lekkere brei foar dy! (Friesland)
Wat? Klap voor je gat, dan hebbie wat.
'Wat? Klap voor je gat, dan voel je wat!'
Wat? Zwarte kat! Heb je 'm ook op vier poten door de kerk zien lopen?
“Watte?” “Koeieflatte met handvatte” (“en nog watte.”) (Zuid-Limburg)
Watte?? Eendegatte die in't water spatte (Zuid-Limburg)
Watten koop je bij de apotheker
MODERN: Wat? Of je worst lust. (4x) [populair geworden door deze reclame voor hoortoestellen]

– Waarom?
Daarom! Omdat ik het zeg
Daarom! “Daarom is geen reden. Als je van de trap af valt, ben je gauw beneden.”
Omdat jij niet door de muur heen kan kijken

– Waar gaan we naar toe?
Wėr gjin we hinne? Nei Fûtsjefinne. Pak de baarch by syn sturt en lit him rinne! (Friesland)
We gaan naar Wipketeern (Groningen)
"Wèr gjinne heit en mem hinne?" "Nei Kûtsjefinne." (Friesland)
Naar Bobbels Konte
Bobbeltjeskonten, drie uur boven de hel

– Hoe laat is het?
Net zo laat als gisteren om deze tijd
Het is kwart over de rand van de pispot
't Is kwart over een bult, tis pas gespeuld, bij Pietje de Laat in de Achterstraat. (Brabant)
“Viedel op naksje erm” (kwart over naakte arm) (Kerkrade. Zuid-Limburg)
Kwart over dunne schijt. Als je vlug bent kun je nog meeflodderen.
Vel over knook (Zuid-Limburg)
vel over been

- Wat kost dat?
"Wat kost dat?" "Het kost ene gulden Geertrui"

– Ik wil (liever)…
Jij hebt niks te willen
Je wil staat achter de deur
Jij hebt niks in te brengen als lege briefjes
Lieverkoekjes worden niet gebakken

– Ik heb dorst…
Dan ga je naar Hansje Worst, die heeft een hondje, die piest zo in je mondje

– Ik heb honger...
Honger? Kindertjes in Afrika, die hebben pas honger
Je hebt trek: de kindertjes in Afrika hebben honger

– Dat kan ik niet / Daar heb ik geen zin in
Kan ik niet ligt op het kerkhof. En wil ik niet ligt ernaast
Kan niet is dood, wil niet die leeft nog
Kan niet is dood en wil niet zit aan zijn graf
Heb je geen zin? Dan máák je maar zin! (3x)

– De deur open laten staan
Ben je in de kerk geboren soms?
Je woont hier niet in de kerk
We stoken niet voor de buitenwereld
We stoken hier niet voor de KLM
We doen hier niet aan heelalverwarming

– Waar kom ik vandaan?
Uit een bloemkool
Je bent bij het vis bakken uit de pan gesprongen

– As / als...
As is verbrande turf
Als mijn tante klootjes had gehad, dan was het mijn oom geweest
Als morgen de hemel naar beneden valt, hebben we allemaal een blauwe pet (hoed)
Als hadden aan de beurt is, is hebben voorbij

– Berijmde spot met persoonsnaam
Ankie. Een drol op een plankie
Rob de meisjesflop

– Moderne dooddoeners i.h.a.
Op de vraag 'Wat krijg je van me?' (als iemand iets kleins voorgeschoten heeft) 'Hoofdpijn.'
Oost-west, thuis is ‘t ook niet alles
Hoe is het? Ja goed…
Het is hier geen hotel

DOODDOENERS

We kregen op het Meertens Instituut een vraag over dooddoeners. De schrijver herinnerde zich nog iets uit het Gronings:
– Als kinderen vroegen “Waar gaan jullie/we naar toe?” en de ouders hadden even geen zin in een serieus antwoord, dan zeiden ze "We gaan naar Wipketeern"
In het Fries kon het zo klinken:
– "Wèr gjinne heit en mem hinne?" "Nei Kûtsjefinne."
Naar mijn indruk waren ouders vroeger meesters in het geven van cliché-antwoorden en het debiteren van dooddoeners. Zelf herinner ik me nog:
– Wat eten we vanavond? Hussen met je neus ertussen.
– Waarom? Omdat jij niet door de muur kunt kijken.
– Hoe laat is het? Kwart over de rand van de pispot.
In het verleden is er wel over geschreven door Inez van Eijk en Ewoud Sanders, maar dat is al gauw weer 20 tot 40 jaar geleden. Jaap Toorenaar verzamelde meer recent gevleugelde uitspraken van ouders en grootouders, en daar zaten ook wat collectieve dooddoeners tussen.
De vraag is natuurlijk: wie kent ze nog? En vooral: welke dooddoeners zijn nog altijd in gebruik? Of kunnen we wel vaststellen dat de dooddoeners hun beste tijd gehad hebben?

Hier de eerste antwoorden.

dinsdag 26 december 2017

Ook dit jaar domineert de jaren zeventig muziek in de Top 2000



Het is nog een redelijk recente traditie, maar onze koning noemde het toch al in zijn kersttoespraak: de Top 2000. Elk jaar stemmen een paar miljoen Nederlanders op hun favoriete hits. Luie stemmers zullen vooral nummers uit de voorgekookte lijst hebben gekozen, maar er zijn ook serieuze stemmers die bewust op zoek zijn gegaan naar hun favorieten, en zij zullen geprobeerd hebben om nieuwe songs in de lijst te krijgen.
Er zitten twee pieken in de leeftijdsopbouw van de stemmers: de meest fervente stemmers zijn de twintigers en de vijftigers. En als je kijkt naar de motivatie van mensen om voor een hit te stemmen, dan is dat vaak: bij dit nummer heb ik hele goede herinneringen. Dat zullen nog al eens jeugdherinneringen zijn, jeugdliefdes, vakanties zonder ouders en dergelijke. Zo kan zelfs bagger (in mijn oren) van Justin Timberlake in de Top 2000 terecht komen. Zijn muziek roept positieve herinneringen op bij bepaalde mensen.
De hits uit de jaren zeventig scoren nog altijd opvallend goed. Was de muziek toen beter? Ik ben geneigd te denken van wel: immers, Jan Akkerman was toen de beste gitarist ter wereld. Maar omdat ik in 1960 ben geboren, is het voor mij ook allemaal maar nostalgie. En toch: de bloedeloze boem-boem 'muziek' die tegenwoordig uit de computer komt en snel vermarkt wordt, haalt de Top 2000 niet. Dat is muziek om zorgeloos op feesten op te dansen, niet om naar te luisteren vanuit de luie stoel. Jongeren kunnen de muziek van vóór hun tijd over het algemeen ook waarderen. Voor hen behoren de oude hits bij kerstmis, oliebollen en de jaarwisseling. Ze vinden dat kort voor middernacht meegalmen met Bohemian Rhapsody erbij hoort.
Ten opzichte van vorig jaar is de trend nagenoeg hetzelfde zoals de grafiek toont (blauw = 2016, oranje = 2017): de jaren zeventig tonen de meeste hits, al zijn het er een paar minder dan vorig jaar. De muziek uit de jaren tachtig en negentig, én de meest recente hits hebben iets meer terrein gewonnen. Maar de top 5 bestaat nog altijd louter uit jaren zeventig songs. Nog een andere duidelijke trend: de top 50 bestaat vooral uit witte mannen die in het Engels zingen.
Zie ook De beste muziek komt uit de jaren zeventig
en Gaia
en De top der toppen

zaterdag 9 december 2017

De beste muziek komt uit de jaren zeventig


Aantal Top 2000 hits uitgesplitst naar decennium (lijst van 2016)

Zojuist werd bekend dat de top 5 van de Top 2000 gelijk is aan die van vorig jaar:
1 (1) Queen Bohemian Rhapsody
2 (2) Eagles Hotel California
3 (3) Led Zeppelin Stairway to Heaven
4 (4) Billy Joel Piano Man
5 (5) Deep Purple Child in Time
Mij verbaast het niets dat al deze hits stammen uit de jaren '70. Ik ben geboren in 1960 en naar mijn smaak is de allerbeste muziek gemaakt in de jaren '70. Dat is deels natuurlijk gewoon jeugdsentiment, maar volgens mij geldt ook: in de jaren '70 zaten er nog extreem muzikale talenten in bands, kwam de muziek nog echt uit gitaren en had het marketingdenken van grote platenmaatschappijen de macht nog niet overgenomen. Tegenwoordig komt veel muziek uit computers, klinkt het vooral "boem boem boem" en zijn de zangers en zangeressen niemendalletjes geselecteerd op hun leuke bekkie. Songwriters en componisten leveren tegenwoordig heel veel middelmaat af: oppervlakkige deuntjes, ongeïnspireerde lyrics. Het is natuurlijk een beetje de mening van een ouwe lul, maar in zeker opzicht geven alle stemmers op de Top 2000 mij gemiddeld genomen gelijk. Bekijken we de decennia waaruit de favoriete hits stammen, dan spannen de jaren '70 nog altijd de kroon (gebaseerd op de Top 2000 van 2016, die van 2017 is nog niet vrijgegeven). De popmuziek van de laatste jaren slaagt er veel minder goed in om door te dringen tot de Top 2000.
Het is wachten op de complete Top 2000 van 2017 om te verifiëren of de voorkeur voor de jaren '70 nog altijd standhoudt. Ik zie de lijst met vertrouwen tegemoet en plaats binnenkort een vergelijkende grafiek.

maandag 16 oktober 2017

Hondje wil hoog

Als ik de Spinhuissteeg in stap om naar de metro te lopen, zie ik een tiental meter voor mij een jonge man met een zwarte pitbull lopen. De man draagt zwarte riemen in zijn hand, de hond loopt los. Geen muilkorf.
Ik hou mijn pas een beetje in - ik ga ze in de steeg niet passeren.
De jonge man lijkt me geen aso, en de hond loopt rustig mee, maar ik ga me er toch niet langswringen.
Dan draait de hond zich om en ziet mij.
Hij komt op mij aflopen. Ik steek mijn hand uit: meestal willen honden die even ruiken.
Halverwege versnelt de hond ineens zijn pas, negeert mijn hand en springt tegen mijn been op.
Hij kijkt er speels bij en blaft niet.
Toch geef ik zijn grove kop even een zwieper, zodat hij zijwaarts van me af vliegt.
Baasje is veel harder geschrokken en sprint roepend mijn kant op.
"Laag, laag!" schreeuwt hij tegen de hond.
Schuldbewust zet de hond het op een lopen. Baasje moet weer rechtsomkeert maken om de hond in te halen.
In een paar passen heeft baasje de hond dan te pakken en fixeert hem op de grond.
"Laag, laag!" roept hij nog altijd.
De hond laat zich door zijn poten zakken en tegen de grond duwen.
Als ik man en hond passeer, zegt de man: "Sorry hoor."
Ik zeg "ja" en lach een beetje.
Ik ben niet geschrokken - honden zullen mij niet snel intimideren.
Als ik de hoek om loop, kom ik in het toeristengedruis terecht.
En onwillekeurig denk ik dan toch: "Wat nou als er een klein kind achter hun had gelopen?"

woensdag 28 juni 2017

Why?

I am waiting at the Nieuwmarkt subway station in Amsterdam, waiting for the rain to stop.
A girl in her twenties walks up to me and starts talking:
“Are you staying here?”
“No.”
“Why?”
“I am waiting for the rain to stop.”
“Maybe we can sleep together.”
“No thanks.”
“Why not?”
“Why would I?”
“What are you going to do?”
“I am going to my work.”
“Why?”
“I’m just going.”
“Do you have money for me? Just a little?”
“No.”
“Why not? I am hungry.”
“No.”
“I am from Ukraine.”
“Sorry.”
Then she walks on. I see her talking to other people. Along the next canal she meets up with her accomplice. A big guy that would probably have robbed me…
Never a dull moment in Amsterdam.